|
|
|
|
Op deze pagina wordt een zijsprong gemaakt naar de familie Rooders, de familienaam van mijn moeders kant waar ik mijn naspeuringen mee begon. Ik diende in die tijd zelf bij Koninklijke Marine, en kwam er achter dat 100 jaar voor mij een voorvader ook bij de KM gediend had. Reden genoeg om te zien of ik wat meer over deze persoon te weten kon komen. Dit zoeken ging van Amsterdam naar Vlissingen, van Vlisingen naar Den Helder en van Den Helder naar Haarlem. Een reis door de tijd, en door de lengte van Nederland, maar zeker de moeite waard want het leverde de volgende gegevens op: De geschiedenis vangt aan met Louis Bernardus Vogel. Hij wordt geboren in 1823 in Amsterdam, en van hem is alleen de naam van zijn moeder bekend: Sophia Carolina Elisabeth Vogel. Zelfs op zijn geboorteakte komt de naam van zijn vader niet voor en heeft hij waarschijnlijk zijn vader nooit gekend. Hij gaat door het leven met de achternaam van zijn moeder. Waar precies in Amsterdam hij opgegroeid moet zijn is nog niet achterhaald, maar hij zal het zeker niet makkelijk gehad hebben. Voor menigeen uit die tijd was de Koninklijke Marine een uitweg uit het heden of een vlucht voor het verleden, armoede of onfortuin. Anderen zochten het avontuur en gingen uit vrije wil op pad. De maatschappelijke achtergrond was al even verschillend, en overwegend waren de personen die intekenden als zijnde zonder beroep. Wij vinden hem terug in 1846 in Vlissingen, waar hij op 11 maart in het huwelijksbootje stapt met Maria Regters, geboren in Schagen, dochter van Anthonie Regters en Geertje Tromp. Hij dient dan als kwartiermeester bij de KM, en in zijn huwelijks akte staat vermeld dat bij de voltrekking van het huwelijk zijn moeder afwezig is, en dat "geboorteplaats of ener plaats van overlijden" onbekend is. Het echtpaar krijgt in totaal drie kinderen: Louisa Bernardina, Anthony Bernardus Karel en Geertruida Cornelia. Een van de kinderen, hun dochter Louisa Bernardina, komt al vroeg te overlijden, op 6 jarige leeftijd op 9 november 1852 in Vlissingen. Louis is dan echter al onderweg naar West Indie, met het Z.M. brik van oorlog de Koerier, en dient aan boord als bootsman. Waarschijnlijk kreeg hij pas veel later te horen dat zijn dochter overleden was, de post en ook de schepen deden er in die tijd veel langer over dan nu. Maar de familie blijft geen leed bespaard. Nauwelijks drie maanden na het overlijden van de jonge Louisa, slaat het noodlot opnieuw toe. Is het na het verkrijgen van het overlijdens bericht dat Louis zelf komt te overlijden? Gezien de tijdsduur dat berichten de ontvanger konden bereiken is het zeker mogelijk. Feit is dat Louis op de rede van Paramaribo door een golf van het schip wordt geslagen, en verdrinkt. Was hij met zijn gedachten bij zijn dochter? Hij is dan bootsman bij de KM, en dus zeker geen onervaren zeeman. De familie krijgt als datum van zijn overlijden 8 maart 1853 opgegeven, en hij laat dan een vrouw en twee kinderen achter. Maria keert later terug naar Noord Holland, waar zij in Den Helder op 23 mei 1873 hertrouwt met Jacob van Schadewijk, smid van beroep en weduwnaar.
Twee afbeeldingen van een "brik van oorlog" uit die tijd Hieronder een afbeelding (klik voor vergroting) van de memorie van successie (is testament) van Louis Bernardus Vogel. De inschrijving vond plaats op 20 juni 1853 in Vlissingen. In deze akte wordt verklaard dat zij woonden op het dok, wijk L nr 90 in Vlissingen, en dat alles wordt nagelaten aan zijn twee minderjarige kinderen. De nalatenschap heeft " geene onroerende goederen ", en bestaat uiteindelijk uit " het voordeelig saldo zijner rekening met het rijk, ten bedrage van Fl 158.19 en eene halve cent", welk bedrag zoals gezegd aan zijn kinderen ten goede komt.
Zijn zoon Anthonie Bernardus Karel Vogel zal de maritieme geschiedenis voortzetten. Anthonie wordt geboren op 18 januari 1852 in Vlissingen, en verliest dus al op heel jonge leeftijd zijn vader. Met de terug keer van zijn moeder naar Noord Holland, groeit hij op in Den Helder, waar hij op jonge leeftijd (12 jaar) als scheepstimmerman leerling gaat werken. Dit gebeurde vrijwel zeker op de rijkswerf van de Koninklijke Marine De Koninklijke Marine nam Willemsoord
in 1827 in gebruik. Het was destijds de modernste marinewerf in Europa. In 1993
concentreerde de Marine alle onderhoud aan schepen en ander materieel op het
Nieuwe Haventerrein in Den Helder. Ook de nieuwe accommodatie was in 1993 de
modernste van Europa. Als werkgever was de werf zeer geliefd bij de inwoners van Den Helder. Na de lagere school kon men hier een vakopleiding krijgen, die garantie op werk bood. Een baan op de Rijkswerf was er lange tijd een voor het leven. Maar Anthonie wil echter in dienst treden bij de Koninklijke Marine zoals zijn vader voor hem, en hij wordt aangenomen op 18 januari 1868 als hij de leeftijd van 16 jaren heeft bereikt. Zijn dienstverband is voor 10 jaar en zijn signalement bij in-diensttreding luidt: Lengte 1 el, 4 palm, 2 duim en 5 streep. Breed angezicht, blauwe ogen, spitse neus en blond haar. Omgerekend in hedendaagse begrippen is dat:
Hij wordt aangenomen als "jongen" voor het wachtschip te Amsterdam. Aan de hand van zijn stamboeknummer, 9310, kon zijn volledige loopbaan bij de KM achterhaald worden, en we vinden hem onder andere terug aan boord van een groot aantal schepen en wal inrichtingen. Hij weet wat hij wil, en spoedig na zijn in diensttreding klimt hij op achtereen volgens in 1868 naar lichtmatroos, in 1871 naar matroos derde klasse, in 1874 naar konstabels maat, en in 1877 wordt hij uiteindelijk konstabel. De konstabel aan boord van de marine schepen uit die tijd was belast met de zorg en onderhoud van de bewapening en munitie. In 1876 vinden wij hem terug in Den Helder, waar hij huwt op 10 februari met Maria Hendrika Westhoff, geboren in Den Helder, dochter van Franciscus Johannes Westhoff en Wilhelmina Westrik. Uittreksels geboorte aktes en huwelijksakte ABK Vogel en M Westhoff, klik voor vergroting
In 1880 wordt hij opgenomen in het stamboek der onderofficieren, in 1886 wordt hij konstabel majoor, en in 1891 wordt hij uiteindelijk bevordert tot opper-konstabel. Ook de grotere gedane reizen werden vermeld:
Het is niet verwonderlijk dat met name de Indie reizen voor zeer lange tijd waren. Zo'n reis ging geheel rond Afrika, met in de zuidpunt Kaap de Goede Hoop, de kortere weg door het Suez kanaal werd pas in 1869 mogelijk. Het was zeker geen pretje om de reis te maken, daar op de schepen uit die tijd de manschappen op het "tussendek" verbleven. Het tussendek is de grote ruimte tussen het hoofddek en het ruim, voorzien van slechts een groot luik, dit voor de toegang maar ook voor licht en lucht. Op de bodem vastgezette kisten dienden als tafel, maar tevens als berging voor het eetgerei, en als zitplaats. Ruwweg bleef er per persoon slechts een vierkante meter toegewezen oppervlakte over. Aan de zoldering waren de hangmatten bevestigd, en de wanden waren zodanig met latten betimmerd dat daar de persoonlijke uitrusting kon worden opgehangen. De ruimte was echter zo beperkt dat de hangmatten tegen elkaar aanhingen, en men zich alleen gebukt kon voortbewegen. Alles liep door en tegen elkaar, het dek leek op de hersens te drukken en de lucht kwam als lood in de longen. Bij slecht weer werd het luik noodzakelijker wijs gesloten. Een enkele olielamp verlicht dan de ruimte, waarbij de zeeziekte zijn tol ging eisen. Het moet niet moeilijk zijn zich de dagenlange verpestende atmosfeer voor te stellen van de zure luchten van de zieke, hulpeloos "als vleermuizen tegen de zoldering" hangende soldaten, en de luchten van lading, hars- en teer en de "galjoenen" (toiletten). ALs het weer het dan weer toeliet werd het tussendek van deze "kwade dampen" ontdaan en werd het naast het luchten en dweilen ontsmet. Hiertoe werd de vloer besprenkelt met hete azijn of men paste beroking toe, het tussendek vulde zich dan met rook afkomstig van het verbranden van jeneverbessen, hars of kruit. Na 111 dagen, een zeer redelijke tijd, het kon ook wel eens 212 dagen worden, kwamen zij dan eindelijk in de kolonieen aan. Als de eerste contouren van de heuvels en beboste oevers dan eindelijk opdoken aan de horizon, raakte het hele schip terstond in rep en roer. Wanneer het schip dan eindelijk ter anker lag, werden zij met bootjes aan land gebracht. Een kans waar menigeen voor lange tijd naar uit had gekeken, maar wat ook weer niet zonder gevaar was! De modder van de rivier was bezaaid met krokodillen, een gevaar dat eerst nog getrotseerd diende te worden voordat men eindelijk vaste wal onder de voeten kon voelen. Stond men dan eindelijk aan wal, dan was het beeld dat van vervallen hutjes, en half opgedroogde grachten die in de hitte een hoogst onaangename geur verspreidden. Als iedereen dan eindelijk aan wal verzameld was, werden zij afgemarcheerd naar de kazerne in het hoofdkwartier. Wat betekende de dienst in Indie voor de marineman persoonlijk? Buiten de schepen voor algemene dienst, waren de oorlogsvaartuigen verdeeld over verschillende stations, strategisch gelegen plaatsen in de Buitengewesten. De stationscommandant verleende diensten in opdracht van het burgerlijk bestuur, ondernam kruistochten tegen de alom aanwezige piraten, de bemanning werd geoefend, en hydrografische werkzaamheden verricht. Op gezette tijden wisselden de schepen op de stations elkaar af, en keerden voor herstel terug naar Java. Het marine etablissement te Soerabaja zou in de negentiende eeuw tot de hoofdbasis van de marine in Indie uitgroeien. Gedurende die reizen heeft hij onder andere deelgenomen aan de oorlogen in Lombok en Atjeh. De Oorlog van Atjeh begon op 8 april 1873. Op die dag lannde het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) op de kust van het Sultanaat Atjeh (Sumatra). Nederland wilde controle hebben over de gehele Indonesische archipel en de piraterij tegen de Nederlandse handelsvaart stoppen. De de goed bewapende Atjehse strijders vochten echter keihard terug, iets waar de Nederlanders niet op gerekend hadden. Het leger zette daarop alle beschikbare middelen in om het Atjehse verzet te breken. Rond 1878 werden zo'n 500 dorpen platgebrand, maar ondanks dit en de vele doden bleven de strijders van Atjeh hevige weerstand bieden. Pas later, toen Kolonel van Heutsz zijn "kans" kreeg, werden de strijders de bergen in gedreven , en werden complete dorpen en dynastieen uitgeroeid. Van Heutsz werd bevordert tot generaal, en werd de "overwinnaar van Atjeh" genoemd. In 1898 werd hij Gouverneur van Atjeh. Op Lombok rebelleerden de Sasaks tegen hun Balinese vorst en riepen daarbij hulp in van het gouvernement. In maart landde een expeditieleger op Lombok. Tijdens onderhandelingen met de vorst van Lombok deden dissidente Balinese edelllieden een verrassingsaanval op de Nederlandse militairen die uitmondde in een slachting met 97 doden en 272 gewonden. Een vergeldingsactie van het leger bracht op Lombok grote verwoestingen aan en kostte de Balinese adel het leven. Bij de verovering van de kraton werd een grote schat aan goud en zilver buitgemaakt en een aantal oude handschriften. Er is veel informatie op het internet te vinden over deze oorlogen, dus ik laat het bij deze twee korte toelichtingen. Hieronder wel een opsomming van de medailes die Anthonie gedurende zijn loopbaan ontving:
Atjeh medaile en Lombok kruis
Ik ben in het trotse bezit van al zijn medailes, behalve de Kleine Gouden, die in die dagen, na overlijden terug moest naar het Ministerie van Defensie, en de zilveren die in de loop der jaren is verdwenen. Hieronder een afbeelding van zijn eigen medailes, klik op de foto voor een vergroting.
Op 1 januari 1897 wordt hij met pensioen gestuurd, en verlaat de marine waarbij hem een pensioen wordt toegekend van 484,- gulden per jaar, en daarnaast "eene verhooging van dat pensioen ten bedrage van 165,- 's jaars, voor verblijf in militairen dienst in 's Rijks overzeesche bezittingen en kolonien en tusschen de keerkringen". Die jaren in de tropen werden dubbel geteld, wat ook verklaard hoe hij zo jong met pensioen kon, en de medaile voor 36 jaar langdurig en trouwe dienst verdiende. De keerzijde van de tropenjaren was namelijk de blootstelling aan vreemde ziekten, en ongewisse gevaren. Het tropische klimaat, gebrek aan comfort en eenzijdige voeding op de schepen, alsmede risicovolle acties tegen zeerovers en opstandige lokale vorsten eisten hun tol. en zij die na ruim drie jaren terugkeerden in in Nederland, zagen er dan uit als vermoeide armzalige zeelieden. Handgeschreven ontslagbrief uit 1897 van de Commandant van het Wachtschip te Willemsoord
Als Anthonie met pensioen gaat, is hij nog maar 45 jaar en wij vinden hem terug in Haarlem, waar hij zich als concierge van de St Jozefs-Gezellen vereniging verdienstelijk maakt, terzijde gestaan door zijn echtgenote Maria. Hij moet plezier in zijn werk gehad hebben, en in 1910 wordt bij de vereniging in Haarlem zijn koperen jubileum gevierd. De St Jozef-gezellen
vereniging werd opgericht door H.C.J.M. (Hubert) van Nispen tot Sevenaer geboren
in 1836 te Zevenaar, in Brabant, hij is gestorven in 1896 in Amsterdam. De
vereniging richtte zich hoofdzakelijk op katholieke jongeren van 18 tot 25 jaar,
en er waren over het hele land verspreid afdelingen van deze vereniging te
vinden. Ter gelegenheid van het jubileum ! Wanneer hij precies met het gezin naar Den Haag verhuist is nog niet bekend, maar het is wel een feit. Uit zijn huwelijk zijn in ieder geval twee dochters bekend waarvan de oudste, Maria Geertruida Louiza huwt met Johannes Rooders, mijn overgrootvader aan moeders kant. In februari 1926 vieren zij nog samen de gouden bruiloft, na 50 jaar huwelijk. Op 18 januari 1929 komt Anthonie dan op 77 jarige leeftijd te overlijden, en wordt dan in Den Haag begraven. Drie jaar later, op 4 februari 1932, overlijd dan ook zijn echtgenote Maria Hendrika op 81 jarige leeftijd, en ook zij werd te Den Haag begraven. Uittreksels van het overlijden van Anthonie en Maria
Twee foto's van Anthonie Bernardus Karel Vogel tijdens zijn diensttijd
|